Annick's Web

 

Home Columns Verhalen Gedichten Links

 

 

  HET JONGETJE
IN DE GROT
 

Er was eens een klein jongetje dat leefde in een grot. Een grote donkere grot. Het jongetje voelde zich veilig in die grot. Hij maakte een vuurtje om warm te blijven en regelmatig kwam er iemand bij hem op bezoek zodat hij zich niet helemaal alleen voelde. Maar ze bleven nooit lang, zo had het jongetje het het liefst.

Verder zat het jongetje dag in dag uit poppetjes te houwen. Met een beitel en een hamer maakte hij uit stukken steen de mooiste poppetjes. Alle mensen wilden wel zo’n poppetje dus het jongetje hoefde zich nooit te vervelen.

Nooit kwam het jongetje buiten. Buiten was het gevaarlijk, buiten liepen beren, buiten kon je je bezeren, buiten deden mensen elkaar pijn. In zijn grot was hij veilig. De beren konden hem niet vinden en de mensen bleven nooit lang. Soms hoorde het jongetje geluiden van buiten, het was altijd gebrom, het waren altijd de beren. Ja, het jongetje voelde zich veilig in zijn grot. 

Op een dag kwam er een meisje de grot in. Ze zag het jongetje en haar gezicht lichtte op. Wat een lief jongetje!

Ga je mee buiten spelen? Vroeg het meisje.

Nee, schudde het jongetje, en ging door met zijn stenen poppetje.

Maar het is mooi weer, we kunnen plezier maken, zei het meisje.

Ik ga nooit naar buiten, mompelde het jongetje.

Het meisje keek om zich heen. Wat? Ben je altijd hier? In deze grot? Ik vind het hier maar donker, en koud, ze rilde. Kom mee, buiten schijnt de zon.

Het jongetje schudde harder met zijn hoofd. Buiten zijn de beren, zei hij toen. Ik ga niet naar buiten.

Het meisje hield haar hoofd scheef. Ben je bang voor de beren dan?

lees verder...
 

                                                        Annick Huijbrechts

   

 


Home Columns Verhalen Gedichten Links